A walk on the wild side (3)

dito

Daar was hij weer: de grote dip. Iedere paar maanden bereik ik opnieuw dat punt waarop al dat eindeloze, zinloze feestgedruis me plots helemaal niets meer doet. Sterker nog, het staat me ineens hartgrondig en intens tegen. Afgelopen week was het wederom zo ver. Ik stond zondag om half 6 ‘s ochtends te dansen in de club, terwijl buiten de zon reeds scheen en de vogels oorverdovend aan het tjilpen waren. De niet nader te bepalen stimulerende middelen in mijn bloed verloren hun werking en ik keerde langzaam terug naar de harde realiteit. Ineens was daar een epifanie: mijn vrienden zijn naar huis, ik ben al sinds gistermiddag aan het dansen/drinken, mijn sigaretten zijn op en ik moet over vier uur met mijn moeder te gaan lunchen… Kort samengevat: Wat. Doe. Ik. Hier. In. Hemelsnaam.

Binnen twee seconde was er van mijn feeststemming nìets meer over. Om me heen zag ik enkel nog droevige figuren die probeerden het echte leven te ontvluchten door zichzelf klem te zuipen en suf te slikken. Er werd geknuffeld, er werd gezoend, men hield van elkaar, maar ik geloofde er niet meer in. Ik begreep weer wat ik tijdens al die voorgaande dips eigenlijk ook al begreep: stappen en feesten is één grote farce. Iedereen voert een dronken toneelstuk op om maar niet aan die ene pijnlijke waarheid te hoeven: allemaal zijn we alleen en niemand weet in het dagelijks leven nog zuiver contact met elkaar te maken. Nieuwe media als Facebook en WhatsApp zijn natuurlijk hartstikke leuk, maar hebben uiteindelijk weinig van doen met èchte menselijke intimiteit. Je begrijpt: na deze treurige overpeinzing stond ik binnen één minuut buiten.

Aangezien mijn leven grotendeels bestaat uit drinken, slikken en feesten, om hier vervolgens spannende status-updates over te kunnen publiceren, maakt een dergelijk besef me iedere keer weer enorm verdrietig. Ik trek me een paar dagen stilletjes terug om naar Radiohead te luisteren, veel te roken en veel te huilen. Onderwijl overpeins ik de leegheid van het bestaan samen met mijn grote vriend Arthur Schopenhauer: we komen alleen, we gaan alleen, niemand kan je ècht leren kennen en als het puntje bij paaltje komt, is alles lijden. Wat een feest, wat een feest.

Dergelijk melodramatisch geneuzel houd ik echter nooit langer vol dan 2 à 3 dagen. Met veel moeite sta ik op, trek wat schone kleren aan en maak een rustgevende wandeling door de Ooij. De zon schijnt, de wind strijkt langs mijn gezicht en de stem van Florence Welch dringt mijn hoofd binnen. En daar is ook hìj weer: de alles oplossende levensvisie die ik na iedere dip opnieuw lijk te moeten ontdekken. Schopenhauer verschafte zijn lezer namelijk wel degelijk een ontsnappingsroute uit het eeuwigdurende lijden: ‘de tijdelijke verlossing’. Hij zocht die, geheel verantwoord, in het ‘willoos aanschouwen’ van de Platoonse Idee, ik zoek die gewoon in het eindeloze, zinloze feestgedruis. Want als ik heel eerlijk ben, behoren veel benevelde dansavonden (de af en toe terugkerende dips daargelaten) tot de meest gelukkige van mijn leven. Er is hier natuurlijk overduidelijk sprake van vluchtgedrag, maar als de wereld inderdaad een eenzame lijdensweg is, zou één ieder ook wel gek zijn om niet te vluchten. Toch? Ik trek in de naam van de tijdelijke verlossing in ieder geval alvast een blikje bier open, vanavond dient er weer gefeest en vergeten te worden.

xoxo, Sandro

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s