I’m not a girl (8)

dito

Sinds 2011 ben ik voorlichter voor COC Nijmegen. Nu ervaar ik dat over het algemeen als leuk, gezellig en ontzettend dankbaar werk, maar tijdens elke voorlichting bots ik op een probleem waar ik al jarenlang mee zit: mijn stem. Afgelopen week was het wederom raak. Vol goede moed en zelfvertrouwen nam ik mijn plaats in voor de klas, niets aan de hand. Echter, na mijn eerste opmerking begon, achter mijn rug om welteverstaan, het gegiechel direct. Uit ervaring wist ik dat dit nìets te maken had met de ontzettend interessante strekking van mijn verhaal. Nee, het had enkel en alleen te maken met mijn stem. Want die is te hoog. Veel te hoog.

Als ik nooit zou praten, zou ik waarschijnlijk tot op mijn sterfbed als een redelijk overtuigende hetero door het leven kunnen gaan. Dat blijkt in een maatschappij als de onze helaas wishful thinking. Het gevolg? Iedere keer dat ik mijn mond open trek in een nieuwe omgeving, kijkt men me eventjes verrast aan, om vervolgens in gegrinnik uit te barsten. ‘Oh, je bent hómo!’ Dientengevolge kom ik minstens 3 keer per week uit de kast, ook op momenten en plaatsen waar ik me daar totaal niet prettig of zelfs onveilig bij voel.

De gevolgen zijn echter groter, pijnlijker. Wanneer je namelijk als ‘een homo’ praat, klink je schijnbaar eveneens al snel als een meisje. En ik kan je vertellen: dat is náár. Vooral aan de telefoon moet ik het zwaar ontgelden. Het gebeurt zelden dat men direct door heeft dat ik een man, en absoluut geen vrouw, ben. Telefoneren staat daardoor in mijn wereld vaak gelijk aan een bewuste talk of shame. Er zijn voorbeelden te over, maar ik zal jullie slechts vervelen met mijn meest gênante gender-crises.

Onlangs bezocht ik voor het eerst mijn nieuwe fysiotherapeute. Alhoewel ik haar enkel aan de telefoon had gesproken, wist ik, met behulp van het internet, wel hoe zij er uit zag. Om klokslag 12 uur zat ik haar op te wachten in de wachtkamer. Meerdere malen zag ik haar om het hoekje gluren, waarop ik voorzichtig doch nadrukkelijk oogcontact met haar probeerde te maken. Geen reactie. Na een kwartier peentjes te hebben gezweet wist ik het zeker: ze was op zoek naar een Sandra. Beschaamd liep ik naar haar kantoor, waar mijn vrees, uiteraard, waarheid werd. ‘Oh, je heet Sandro!

Gelukkig kan het nòg erger. De afgelopen jaren hing ik geregeld en met heel wat doktersassistentes aan de lijn. Dat mondde telkens uit in dezelfde, nare situatie. Hoe vaak ik het ook benadrukte, ze wilden nìet geloven dat ze met mìj, en niet met mijn moeder, spraken. Dit werd vervolgens niet glad gestreken met welgemeende en terechte excuses, maar nog net een beetje pijnlijker gemaakt met een steek na: ‘Ja, je stem hè?’ Zelfs een dokter, waar ik al maanden bij liep en die wist dat ik hem op een specifieke tijd zou bellen, was er heilig van overtuigd dat ook hij het genoegen had mijn moeke aan de lijn te hebben.

Toppunt was echter het wel erg simpele huppelkutje van mijn telefoonmaatschappij. Nadat ik tien keer had geëxpliciteerd dat ik toch echt een heer was (‘Ik ben GEEN mevrouw!)’, leek ze het eindelijk te begrijpen. Toen ze me na vijf minuten terug moest bellen met wat laatste vragen, was ze dit helaas alweer glad vergeten. ‘Mevrouw, ik heb het even voor u opgezocht en…’. De klomp in mijn maag werd zó groot, dat ik de confrontatie niet nog een keer aan durfde te gaan.

Talloze bezoeken aan logopedisten en een heuse stemcursus ten spijt, blijf ik terecht komen in dergelijke sketches. In een slechte soap zou ik er misschien om kunnen lachen, maar de schaamte die ik dagelijks voel, is alles behalve grappig. Het feit dat ik van nature al hartstikke onzeker ben over mijn ‘mannelijkheid’, maakt het er wat dat betreft niet veel beter op. Op een of andere manier ben ik al van jongs af aan bang dat mensen me aan zullen zien voor een meisje. Dergelijke voorvallen sterken me telkens weer in deze irreële overtuigingen. Alhoewel, zo irreëel zijn ze blijkbaar dus niet. Ik werd laatst, ongeschoren en al, zelfs aan de kàssa met ‘mevrouw’ aangesproken. Met een rode kop mompelde ik dat ik heus een man was, maar het kwaad was reeds geschied. Hopelijk krijg ik snel wat meer borsthaar, zodat ik, als onbetwistbaar bewijs van mijn manliness, mijn blouse wat open kan laten hangen. Tot die tijd neem ik de telefoon in ieder geval nooit meer op.

xoxo, Sandro

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s