1. De afspraak (I & II)

vrijdag

I.

De afstand tussen hen in wordt overbrugd door een speelbord en wat losse letters. Luca had beide potjes gewonnen. Hij was goed met woorden.

IJle Björk-klanken dichten de stilte die in Thijs’ studentenkamertje is neergedaald. Een zesde date in twee jaar tijd.


Ze waren elkaar ‘tegengekomen’ op het internet. Het was in de periode dat Luca niet goed naar buiten durfde. Zeker niet om homo’s te ontmoeten. Maar zijn geduld raakte op. Net als de kracht in zijn rechterhand en –arm.

Na meerdere weken met elkaar gechat te hebben, was het moment van een eerste ontmoeting op handen. Zijn goede kleren lagen klaar, zijn kamer was schoner dan de dag ervoor en hij had een muzieklijst samengesteld waarmee hij kon laten horen dat hij bijzonder en diepzinnig was. De uitpuilende asbak had hij voor het gemak onder een vies vaatdoekje verstopt.

In de douchecabine begon Luca te hyperventileren. Hij keek er niet raar meer van op. Een paniekaanval was langzaam vergelijkbaar geworden met poepen: zonde van je tijd en nooit echt leuk, maar ook noodzakelijk en onontkoombaar. Zeker zo net voor een date.

Luca gaf zichzelf twee minuten en liet vervolgens het grootste gedeelte van de paniek door het doucheputje wegstromen. Voor de spiegel telde hij zijn ribben en zette hij zijn glimlach op.

Nog één peuk en hij was er klaar voor.


Thijs’ zweet rook lekker. Zoet en fris, als verse sinaasappels. Ze praatten over muziek en films en slecht ouderschap, terwijl ze een spelletje speelden op Luca’s oude Nintendo.

De bal thee die Luca van zijn tante had gekregen opende zich als een lotusbloem in de doorzichtige theepot die hij speciaal voor de gelegenheid had geleend. Mooi, maar weinig smaakvol.

De uren verstreken, de gesprekken verstomden. Luca wist niet hoe hij Thijs de deur moest wijzen, dus nam hij hem mee naar de supermarkt. Twee pizza’s en een sixpack, goedkoop en doeltreffend.

Terwijl Thijs bier achterover sloeg, schoof Luca een verdieping lager met een hels kabaal de pizza’s in de oven. Een huisgenootje kwam haar kamer uit gestormd.

“Hoe was je date!?”, schreeuwde ze door de gang.

Haar stem ging door merg en been. Zijn oren werden rood. Mocht er nog twijfel over bestaan hebben, wist Thijs nu echt zeker dat Luca dacht dat dit officieel een afspraakje was.

Met een vinger over zijn lippen maande hij haar tot stilte.

“Niet nu, niet hier”, fluisterde hij, terwijl hij giechelig de trap op kroop met twee hete borden in zijn handen. Met zijn kont duwde hij zijn deur wat verder open, al durfde hij nauwelijks terug naar binnen te gaan.

Thijs zat nog op dezelfde plek, met een tweede blik bier in zijn handen. TLC stond op. Hij glimlachte, maar zei gelukkig niets. Ze besloten allebei de olifant rustig in de kamer te laten zitten.

Om de leegte te vullen.


Een paar uur later werden ze dronken.

Luca was acht maanden geleden gestopt met drinken. Zijn arts raadde alcohol af, omdat het slecht samenging met zijn medicatie. Zelf raadde hij alcohol af, omdat het hem dwong de controle nog verder te verliezen.

Maar de wodka ging open, om de scherpe randjes in Luca’s buik langzaam ronder te maken. Ze waren van muziek en films overgestapt op gênante seksverhalen en bleken met hetzelfde stel geneukt te hebben.

‘Hij begon me te pijpen terwijl er nog andere mensen bij zaten.’

‘Ik was nog maagd.’

‘Zijn lul was zo groot… het paste gewoon niet.’

‘Ik moest de volgende dag constant scheten laten.’

‘Hij ‘vergat’ een condoom om te doen.’

‘Ik dacht dat ik aids had.’

‘Het deed zo veel pijn.’

‘Ik ben stiekem naar buiten geglipt.’

Ze lachten, maar moesten eigenlijk huilen. Met meer wodka proostten ze op betere tijden en betere mannen. Aantrekkingskracht voelde Luca niet.


Een paar stiltes later zaten ze tussen wat huisgenoten van Luca op iemands bank gepropt. Elbow werd overstemd door de luidruchtigheid van dronken jeugd. Er vielen veel woorden, maar niemand leek ze op te vangen; de lucht werd langzaam zwanger van een gebrek aan contact.

Luca wilde daar weg. Met of zonder Thijs, dat was hem om het even.

In gezelschap verdween hij. Dat had hij altijd al gedaan. Luca verborg zich dan in andermans gesprekken. Of in zijn eigen sigarettenrook. Of in het halen van drank voor vage bekenden. Of in het versturen van lege sms’jes.

Hij werd dan weer even het kind dat niet om zijn moeder durfde te roepen als er bezoek was. Of dat in zijn broek plaste omdat hij zijn vinger niet op durfde te steken. Of dat zijn verjaardag niet durfde te vieren, in de vrees dat er niemand komen zou.

Thijs trok hem voorzichtig uit zijn hoofd.

‘Laten we naar de stad gaan’, fluisterde hij.

Luca voelde Thijs nog steeds niet in zijn pik, maar hield in een flits wel van hem. Dankbaar dat hij deed wat hijzelf niet kon.

Gewoon weggaan.


II.

Luca zat op een barkruk aan zijn derde speciaal biertje te slurpen. In twee weken tijd was hij bewust in een beroepsalcohollist veranderd. Hij koesterde de stille hoop dat iemand op zou merken wat hij aan het doen was.

Hardop durfde hij het niet te zeggen, dat hij nog steeds kapot was.

Ook Thijs tikte de drankjes achterover. Ze praatten over de kunstacademie, waar Thijs studeerde, en Luca vertelde schoorvoetend over zijn depressie.

Thijs leek het wel aantrekkelijk te vinden, met een gebroken jongen in de kroeg te zitten. Luca voelde zich als een vis in een vissenkom en bestelde nog een biertje.

De koude nacht lonkte, maar de geur van Thijs’ zoete zweet hield hem binnen.


Op Luca’s kamer ging de wodka weer open.

‘Op je kutleven.’

‘Op je kutmoeder.’

‘Op je kutbroer.’

‘Op je kuttherapeut.’

‘Op je kutsnor.’

‘Op je kutontmaagding.’

‘Op aids.’

‘Op aids!’

Ze lachten en vergaten voor even te huilen. Hoewel Luca’s lul levenloos bleef, was hij blij met het drankgezelschap. Het verlichtte de schaamte. En het gaf hem een verhaal om aan zijn vriendinnen te vertellen.

Mochten ze er ooit naar vragen.


Samen liepen ze de donkere straat af, op zoek naar Thijs’ bus. Hun handen botsten per ongeluk tegen elkaar op. Luca voelde geen stroom, maar kou. Wat zou er door Thijs heengaan?

Bij de bushalte was het een drukte van jewelste. Hij was te laat.

Een zoete wietwalm had alle zoetheid uit de lucht verdreven. Enge types verstopten zich in de schaduw van de straatlantaarns. Een zwerfster in een portiekje bedelde slissend om wat kleingeld. Haar ogen lagen op de grond, waar niemand ze kon zien.

Thijs draaide zijn hoofd naar die van Luca, zijn lippen gekruld.

Luca keek voorzichtig langs hem af en zag aan de overkant van de straat hoe twee luidruchtige mannen met elkaar op de vuist gingen.

Zou hij zich ooit weer veilig voelen?

Hij slikte wat tranen door en keerde zijn linkerwang naar de jongen tegenover hem.


Op weg naar huis begon zijn telefoon te trillen.

Volgende keer krijg je een zoen! Ik durfde niet met die Marokkanen erbij. Ik vond het fijn met je, wil je beter leren kennen. X, Thijs.

Kut.

Ik vond het ook leuk met jou! Die zoen komt de volgende keer wel 😉 Tot snel en slaap lekker alvast. x.

Luca stikte in zijn eigen woorden. Liegen was z’n laatste hoop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s