maand 2

the good side

Update 5                                                                  

(5 juni 2018)

De eerste maand zit erop! Het was vrij heftig, maar vooral leerzaam en belangrijk. En, tegen mijn eigen verwachtingen in, mis ik mijn smartphone nu al nauwelijks meer. Natuurlijk, soms zou internetbankieren echt handig zijn. Of Google Maps. Of 9292. Of Grindr. Of of of. De rust die het gemis van al die apps oplevert is echter vele malen groter. Bovendien: overal is gewoon een oplossing voor. Ik ga bewuster om met geld, ik zoek van tevoren beter op waar ik heen moet, ik vraag wat vaker naar de weg en ik doe niet meer aan one night stands. Zo simpel kan het zijn. Zelfs het feit dat ik Spotify niet overal meer mee naar toe kan nemen, blijkt een blessing in disguise. Ik heb mijn iPod weer herontdekt en luister, net als vroeger, veel aandachtiger en vaker naar één album. Een stuk rustiger dan overspoeld te raken door alle muziek van de wereld constant tot je beschikking te hebben.

Toch blijven er dingen waar ik tegenaan loop. Ik baal vooral van m’n rookgedrag. Eerder moffelde ik m’n chronische on­gemak weg door roken en appen af te wisselen. Nu los ik praktisch ieder moeilijk moment op met een peuk en per dag ervaar ik blijkbaar best veel als ‘moeilijk’. In de eerste paar weken kon ik nog leunen op het advies dat het on­verstandig was twee verslavingen tegelijkertijd te tackelen. Maar die ballon gaat niet meer op. Nu ik steeds meer gewend raak aan m’n Nokia, voel ik me bij iedere sigaret een stukje viezer en zwakker.

Probleem is: die moeilijke momenten zijn er en blijven er waarschijn­lijk ook de rest van m’n leven. In de Praxis vragen waar de stalen plat­kop­schroeven met een schroefdiameter van 4 millimeter en een schroeflengte van 12 milli­meter hangen, bijvoorbeeld. En of ik die dan in hout èn gips kan boren? Of gebruik ik daarvoor een andere schroef? Normaal gesproken zou ik eerst een paar minuten swipen of een peuk roken om genoeg moed te verzamelen voordat ik de winkel betreed. Zonder smart­phone zijn dat nu twee en soms zelfs drie sigaretten geworden.

Ik ben er niet trots op, vind het om eerlijk te zijn best heel smerig van mezelf, maar ik durf het volgende level nog niet aan. Ik fantaseer er wel veel over: niet nadenken, gewoon doen. En ik geloof dat dat me zo zonder iPhone stiekem al een stuk vaker lukt dan voorheen. Dus hopelijk kan die nicotine binnenkort gewoon uit m’n routine, en hou ik eindelijk weer eens geld over voor nieuwe schoenen. Of in de toekomst misschien zelfs voor een laptop die niet vastloopt als ik YouTube, Instagram, Facebook, Spotify, Gmail, Hot­mail, NS en 9292 tegelijkertijd open heb staan.


Update 6                                                                  

(12 juni 2018)

Vannacht droomde ik dat ik mijn smartphone terug had. Een maand geleden was dat waarschijnlijk een gelukzalige nacht geweest, nu was het een confronterende nachtmerrie. In m’n slaap ging het me enkel om Grindr en ik leek niets geleerd te hebben van de afgelopen weken. Tegen wil en dank verzandde ik direct in eindeloos geswipe en platte gesprekken; ik slaagde er maar niet in dat verrekte ding weg te leggen. Ik voelde me vies, zwak en gevangen, als een daadwerkelijke verslaafde. Toen ik wakker werd getrild door m’n ouderwetse Nokia was ik daarom maar wat blij. Als ik zelfs in m’n dromen geen weerstand kan bieden aan de zuigende kracht van een smart­phone, kan ik er in het echte leven maar beter ver weg van blijven.

Met die wetenschap in m’n achterhoofd blijk ik het steeds moeilijker te vinden dat anderen soms vergroeid lijken met hun telefoon. Ik ben geen moraalridder, en beoog dat met dit experiment ook geenszins te worden, maar toch raak ik af en toe ontstemd als ik om me heen kijk. Vooral in de trein of als ik door Nijmegen fiets. Ik voel me dan bijna fysiek buitengesloten door mensen die zich, door middel van hun smartphone, in zekere zin hebben teruggetrokken in hun eigen, veilige bubbel. En ik geef ze geen ongelijk. Deze wereld is een chaotische plek en leven is een ingewikkeld iets, geen wonder dat we afweermechanismen ontwikkelen om nodeloos ‘kwaad’ op afstand te houden. Toch, gezellig is anders.

Ik vraag me af of we nog terug in de tijd kunnen. Of we nog weten hoe we meer samen kunnen leven, in plaats van ieder voor zich in ons eigen coconnetje. Nee, laat ik voor mezelf spreken: ik weet niet of ìk het nog kan, de blik meer naar buiten, nu ik gewend ben aan de vluchtroutes van tegen­woordig. Er zijn momenten dat m’n hele lijf schreeuwt om afleiding. Het voelt een beetje als spanningsbuikpijn, of een opkomende migraine. Bóós dat ik dan word. Omdat ik meedoe aan dit stomme experiment. Omdat ik gewoon even op Instragram wil. Omdat ik niet wéér aan iemand wil vragen de NS-app voor me te checken. Omdat ik m’n saldo wil checken om gênante situaties te voorkomen. Omdat ik niet op de hoogte was van een feestje bij die ene vriend. Omdat ik je naar rechts wil swipen.

Maar ik weet dat ik dan vooral boos ben op mezelf, en op het feit dat dit stomme experiment blijkbaar zo veel bij me losmaakt. Ik heb 24 jaar zonder smartphone geleefd, waarom vind ik het nu dan zo kut? Dit betekent echter niet dat ik spijt heb, of op wil geven. Integendeel, zelfs. Ik vind het leerzaam en interessant om met m’n eigen onzekerheden en ingesleten ge­woontes geconfronteerd te worden. Het maakt me milder en daadkrachtiger, niet meer te kunnen vluchten van m’n gevoel. Eerlijker, ook. Naar mezelf en naar anderen.

Dat is winst; de rest is ruis.


Update 7                                                                  

(19 juni 2018)

De tweemaandengrens nadert en ik merk dat de nieuwigheid van het hebben van een Nokia er nu wel af begint te raken. Wanneer mensen me vragen hoe het gaat, zo zonder smartphone, zit ik steeds vaker verlegen om goede quotes en opvallende voordelen dan wel tegenslagen. Ik begin steeds meer samen te vallen met m’n dumbphone en dat vind ik fijn. Blijkbaar is het echt zo, dat alles went. Zelfs een digitale detox.

Dat levert qua dagelijkse handelingen en prikkels zoveel focus op, dat ik deze week voor het eerst vergat m’n update tijdig te schrijven en op te sturen. Ik was te druk bezig met leven. Bovendien groeit dus de gewenning, waardoor ik me minder bewust ben van het feit dat ik die Nokia heb omwille van een experiment. Voor m’n gevoel heb ik ‘m gewoon, en is het goed zo. Daar hoeft niet constant over nagedacht, gesproken, gepreekt of geschreven te worden.

Week 7 doe ik daarom in een notendop: ik bel vaker en langer, ik schrijf meer en beter, ik stuur (nog) geen brieven maar doe wel aan mailcorrespondenties, ik durfde eindelijk een carrièreswitch te maken en de gesprekken die ik voer met vrienden en familie zijn openhartiger en interessanter. Hoewel ik dwars daardoorheen heus nog steeds onrust, paniek en spanningen ervaar, gaat het gestaag de goede kant op met me. Want: zonder smartphone blijft er meer van mezelf over.


Update 8                                                                  

(26 juni 2018)

Vanochtend dronk ik een kop koffie met een goede vriendin die ik vaker wil zien. In een rap tempo bespraken we alles wat er besproken moest worden en zodoende passeerde op den duur ook m’n Nokia de revue. Waar voor mezelf het nieuwtje er nu wel af is, geldt dat voor veel anderen nog niet. Dat is fijn, want het geeft me zo nu en dan de mogelijkheid om, al pratende, voor mezelf scherp te stellen wat dit experiment me brengt en wat ik er voor heb ingeleverd.

In ons gesprek bleek de belangrijkste gemene deler dat een smart­phone het makkelijker maakt je sociaal gewenst en gewild te voelen, een sterke behoefte die menseigen blijkt. Met een beetje doorzettingsvermogen kun je voortdurend in contact staan met ‘vrienden’ via Whatsapp, Facebook, Instagram, noem het maar op. Dat mis ik soms. Tegelijkertijd werden we het er al snel over eens dat een groot deel van dat sociale verkeer feitelijk slechts opvulling van je dag is, een haastige remedie tegen verveling. Er waren mensen die ik alleen ‘sprak’ via sociale media en die spreek ik nu niet of nauwelijks meer. Eerst was ik daar rouwig om, nu vind ik het hemels. We gaan allemaal een keer dood en ik besteed m’n tijd liever aan een paar echte vrienden dan aan een heleboel halve. Toch was (en is) het wennen, meer moeite te moeten doen om onderdeel van de roedel te blijven.

Als vanzelf kwamen er ervaringen van vroeger naar boven. Wij gelden als de laatste generatie die de middelbare school zonder smartphone heeft doorlopen. Zou het er fijner zijn, nu er meer mogelijkheden zijn om je aan de roedel te verbinden? Of juist zwaarder, omdat je nu tweemaal zo hard moet werken om ‘erbij’ te horen, zowel on- als offline? Met de opkomst van zaken als cyberpesten, trolling, sexting en sextortion, lijkt de laatste optie een stuk waarschijnlijker. Een puber te zijn in 2018, ga er maar aanstaan.

Soms denk ik dat de technologie sprongen heeft gemaakt die wij, als mensen, (nog) niet kunnen bevatten of op een gezonde manier bij kunnen benen. Overweldigd door al die mogelijkheden raken we steeds verder af van ons­zelf en onze wezenlijke behoeftes. Natuurlijk, als je op zoek bent naar een warme knuffel (of meer), een luisterend oor of een beetje rust, heeft je smartphone allerlei handige foefjes en apps om je te ‘helpen’. In mijn geval leverden die me echter zelden waar ik echt naar op zoek was: te ervaren dat ik een mens van vlees en bloed ben.

Met een Nokia in m’n broekzak is die ervaring sinds enkele weken pertinent aanwezig, voel ik me meer levend dan ik lange tijd heb gedaan. En ja, dat is tegelijkertijd lichter èn zwaarder. Dat is okay. Sterker nog, nu ik het alternatief enkele jaren heb doorleefd, teken ik er maar wat graag voor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s