Dromen zijn bedrog (10)

diarium van een dorpshomo

Het is warm onder de dekens. De kamer ruikt naar sigarettenrook, whisky en geil. De ijle stem van Thom Yorke beroert mijn oren en zingt me langzaam wakker. Loom open ik mijn ogen en word ik me bewust van een zware arm die over mijn buik en zij rust. Een stekelig drie-dagen-baardje kriebelt in mijn nek, een klamme hand aait me teder over mijn rug. Ik slik mijn vieze ochtend-kegel weg en draai me zachtjes om. Daar ligt hij. Mijn prins op het witte paard. Eindelijk.

Het adembenemende monster lacht me vriendelijk toe, waarna ik direct wegzink in zijn zwarte, smizende ogen. Met veel moeite krijg ik een schorre ‘hoi’ uit mijn strot geknepen. Eindeloos heb ik op dit moment gewacht; hopend, huilend, smachtend. Want ik wist direct dat hij de mijne zou worden, die eerste keer dat ik tegenover hem zat in de trein. Hoewel we die dag niets tegen elkaar zeiden, kreeg ik zijn perfecte gezicht maar niet uit mijn hoofd. Lange tijd kon ik slechts dromen over deze wulpse adonis, totdat ik hem plots ‘tegenkwam’ op een nichterige datingsite. Ik stuurde hem een prikkelend bericht en de rest geschiedde. Nu ligt hij naast mij, voor altijd de mijne.

Ik streel zijn woeste, krullende borsthaar en geef hem een gepassioneerde zoen. Ik wil het uitschreeuwen van blijdschap: niet meer alleen! Maar mijn tegenspeler geeft mij de kans niet, het is tijd voor wat ochtendactie. Friemelend en frunnikend verdwijnen we hitsig onder de dekens. Daar groeit onze liefde met iedere seconde, evenals enkele andere lichaamsdelen. Tegen elkaar, op elkaar, in elkaar. Zweet, zwoel, zaad. En ten langen leste begrijp ik het: dit is de leven.

Het is koud onder de dekens. De kamer ruikt naar sigarettenrook en whisky. Thom Yorke krijst in mijn oren en ik schrik wakker. Waar is ‘ie!? Ontzet draai ik me om; er ligt niemand. Wel ontdek ik mijn ronkende laptop. Ik klap hem open en voel een koude paniek opborrelen. De datingsite staat nog open en toont me een profiel dat sterk doet denken aan mijn sensuele droomprins. Ze zijn dus echt bedrog, die dromen. Het is ‘n nachtmerrie.

Ik scroll naar beneden en word misselijk. De gemiddelde leeftijd hier is 40+ en blijkbaar heeft ìedere homo een ontzettend grote lul. Daar plaatsen ze ook maar wat graag foto’s van. Het liefst inclusief een zichtbaar kwakje geil op hun behaarde buiken. De moed zakt me in de schoenen. Aanschouw ik hier een glimp van mijn onafwendbare toekomst? Geen romantiek, slechts anonieme seks met vieze opa’s?  Ik vrees met grote vrezen. Want echt, het lichaam wil soms ook wat.

Porseleinen narcist (9)

diarium van een dorpshomo

Ik was nog maar een heel klein jongetje toen ik besloot dat het mijn lotsbestemming was om later exorbitant rijk en beroemd te worden. Ik droomde van mediterrane villa’s, zwembaden vol chocoladevla, cruise-schepen met stripclubs aan boord, een levensecht paleis voor al mijn barbiepoppen en, niet geheel onbelangrijk, minstens 200 geile bediendes om het plaatje af te maken. Vooral van die bediendes kreeg ik fikse hartkloppingen.

Ik vergat echter te bedenken waar ik mijn roem precies mee wilde vergaren. En dat was onverstandig, want ik functioneer slecht zonder plan. Dit resulteerde in een grillige puberteit, waar ik me  dansend en huilend doorheen worstelde. Ik had het erg druk met mezelf en vertikte het om reeds te starten met het opbouwen van mijn toekomstige imperium. Da’s mooi kut, blijkt nu. Ik beschik slechts over een futiele diploma Cultuurwetenschappen en ben nog in verwachting van een minstens net zo zinloze master Jeugdliteratuur. Bepaald geen vetpot.
In mijn naïviteit ging ik er vanuit dat de rijkdom vanzelf wel zou komen. Ik ben beroemd geboren, dan kan er vrij weinig misgaan… toch? Nu mijn studententijd een stille dood sterft, begin ik echter te begrijpen dat ik misschien een inschattingsfout heb gemaakt: niemand (h)erkent mijn intellectuele en creatieve meesterschap. De wereld sluit haar ogen voor mijn genialiteit. Da’s mooi kut, want nu blijf ik eenzaam achter met een hardnekkig Narcissus-complex. Toegegeven, ik voel me graag bijzonder, maar liever nog voel ik me lekker. En daar heb ik dus geld voor nodig.

Aangezien ik nog veel te jong ben voor zelfreflectie, schuif ik de schuld van mijn mislukte en doelloze bestaan graag af op anderen: mijn verknipte en zwaar onrealistische zelfbeeld is ‘gewoon’ een generatie-dingetje. Sinds ik me kan heugen liet de maatschappij me geloven dat ik speciaal was en mocht kiezen wat ik zelf wilde. Lekker je eigen ding doen. Maar ineens ben je ‘volwassen‘ en weet je niet meer wat je met jezelf aan moet. Ik ben van porselein, ik kan helemaal niet werken.

Ik vrees dat ik nog wel even zoet ben met mijn narcistische psychose. Te elitair voor een baan, te cool voor mijn vrienden, te cynisch voor de liefde. Ik zal heus ooit opgroeien, hoop ik, maar in de tussentijd trek ik mijn eigen plan: ik trouw een rijke vent. Ik val toch al op oudere types, beter verover ik er een met een fortuin op de bank. Niet romantisch, wel pragmatisch. Dan kan ik me rustig beroemd en bijzonder blijven wanen, terwijl m’n fossiele man ijverig brood op planken legt. En dat klinkt heus eenzamer dan het is. Al die geile bediendes zijn er natuurlijk niet voor niets.

Kopkluiven (8)

diarium van een dorpshomo

De tijd is aangebroken om het verleden te laten rusten. Ik ben niet meer dat onzekere dorpsjongetje, al jaren niet meer. Huppelen is passé, evenals het droogneuken met klasgenootjes en dat euforische gevoel na mijn zoveelste doelpunt. Maar hoewel ik veranderd ben, draag ik mijn geboortedorp immer zwaarmoedig met me mee. Onbereikbare herinneringen, aan lang vervlogen tijden. Ik mis mijn onschuld, mijn schaamteloosheid. Soms voel ik me bejaard, omdat op 22-jarige leeftijd bijna al mijn gedachtes reeds van nostalgische aard zijn. Gelukkig is er één medicijn dat nimmer zijn uitwerking mist: Liefde&Lust&Drank. Want YOLO.

Aangezien ik nog nooit een serieuze relatie heb gehad, behoeft een dergelijke levensfilosofie enige onderbouwing. Er moge op dit moment geen onduidelijkheid meer bestaan over het feit dat ik het leven van een jonge flikker maar ingewikkeld vind. Doch ik de meeste trucjes intussen wel onder de knie heb, eet ik van ‘flirten‘ enkel vieze kaas. Niet uit onwil, maar uit onkunde. Want warmbloedig als ik ben, spot ik iedere dag heus genoeg mysterieuze, sensuele adonissen. Donkerharige monsters met nonchalante baardjes, speels borsthaar en twee welgevormde perzik-billen. Maar of ze poot zijn? Geen idee.

Geloof me, mensen zijn tergend ingewikkeld. Thuis, als ik eenzaam op kot zit, doorzie ik de gehele wereld. Zodra ik één stap buiten zet, ben ik het spoor echter direct bijster. Hoe herken ik de homo? Zelfs op tv doen ze dat beter. Dientengevolge verloor ik mijn hart reeds ontelbare keren aan onverzorgde hetero-wezens. En dat is ongerieflijk, want ik hou dus best wel van Liefde&Lust(&Drank). Gek genoeg maakt dit me alleen maar romantischer. Iedere afwijzing sterkt me in de overtuiging dat ik de juiste schandknaap ‘gewoon’ nog niet gevonden heb. Bovendien doet verliefdheid pijn, en pijn doet het verleden eventjes vergeten. Afwijzingen overigens ook. De dronken avonden waarop ik mijn liefde kenbaar maakte aan heteroseksuele plebejers zijn me daarom ernstig dierbaar. Want YOLO.

Toch knaagt een dergelijk bestaan wel degelijk. Het lichaam wil ook wat, snap je. En af en toe begrijp ik, arrogant als ik ben, gewoonweg niet waarom niemand mìj probeert te versieren. Zou ik er te wanhopig uitzien? Te promiscue misschien? Ik heb werkelijk waar geen idee, en sta dientengevolge iedere nacht weer alleen op dat podium. Fantaserend over stomende seks met die ene hitsige jongen op de dansvloer. Beide poken in de hoogste versnelling. Of gewoon lekker kopkluiven in een vies wc-hokje, ook prima. Sterker nog, een goede knuffel zou al genoeg zijn. Alles om even niet meer alleen te zijn. Alles om dat allesbepalende dorp, al is het maar voor 5 minuten, te kunnen omitteren. Want YOLO.

Kamperen (7)

diarium van een dorpshomo

Het was lang niet altijd ellendig om als vreemde eend in de bijt op te groeien in een klein boerengat. Door mijn uiteenlopende interesses kon ik tot mijn elfde namelijk zonder al te veel moeite met iedereen opschieten. En dat begon al vroeg, in de kleuterklas. Buiten speelde ik voetbal met de jongetjes, terwijl binnen de poppenhoek immer op me wachtte. Daar wisselde ik met gemak tussen de vader- en moederrol; gender-grenzen kende ik niet. Dat mijn klasgenootjes geen enkele moeite hadden met deze kinderlijke schizofrenie, was een mooie bijkomstigheid. Ik ben talloze keren getrouwd met mijn beste vriendjes en meisjes vroegen me dagelijks om verkering terwijl ik in een jurk door de klas paradeerde.   

In mijn latere jaren op de basisschool was er één jongen met wie ik een kinderlijke liefdes-relatie wist op te bouwen. Met seksualiteit had dit nog weinig te maken, maar op een bijzondere, naïeve manier hielden we wel van elkaar. We liepen hand in hand over straat en knuffelden elkaar helemaal suf. Dat werd soms zó intiem, dat we het tegenwoordig ongetwijfeld ‘droogneuken’ zouden noemen. Daar kwam nog eens bij dat hij de eerste jongen was die mij zijn private delen toonde.

Het was midden in de nacht. We lagen buiten in een tentje, tussen de paarden en de koeien. Het was ijskoud en de wind gierde en gilde. We vertelden om beurten oprechte verhalen en kropen steeds dichter tegen elkaar aan, om onszelf warm te houden. We blikten vooruit op onze toekomst en deelden onze diepste geheimen. Wat bleek? De jongen was als klein kind besneden en wilde mij laten zien hoe dat er uitzag. Maar slechts op één voorwaarde: hij wilde ook weten hoe mijn piemeltje erbij hing. De zaklampen gingen aan en 10 seconden later lagen we allebei bloot in de tent, stil en geïntrigeerd door wat we zagen. Opwindend was het niet, spannend wel. Na en paar minuten deden we giechelend onze pyjama’s weer aan. Stoer en stout, zo voelden we ons. 

Een halfuur later renden we gillend door de velden, naar huis. We vonden het veel te eng in die stomme tent en wilden alleen nog maar tegen elkaar aanliggen in een groot, warm bed. En zo geschiedde. 

We hebben het nooit meer over die nacht gehad. Een jaar later vertrok hij naar een andere stad en we verloren elkaar langzaam uit het oog. En dat is prima. Hij leerde mij dat jongens op een liefdevolle manier van elkaar kunnen houden, zonder poespas of seksuele spanning. Hoewel dat laatste uiteraard niet onbelangrijk is, toonde hij mij de meerwaarde van een platonische, mannelijke vriendschap. Soms mis ik het. Soms mis ik hem.

In mijn blauwe dirndl (6)

diarium van een dorpshomo

Met ingehouden adem stonden we in een grote cirkel om onze vadsige voetbaltrainer en zijn werkloze vrouw heen. Schouder aan schouder keek iedereen elkaar verwachtingsvol en opgewonden aan, de spanning zinderde door de lucht. Een paar minuten eerder had de ‘directie’ onverwachts een bonte avond afgekondigd en de E-tjes, wij dus, mochten het openingsnummer verzorgen. Een grote eer, die onze trainer geenszins licht op leek te vatten. Hij had ons direct naar een donker hoekje in de ranzige kantine gemanoeuvreerd, om aldaar de meest succesvolle tactiek te bespreken. Dat hij daarbij zijn vrouw nodig had, bleek al snel betekenisvoller dan ik in eerste instantie dacht. 

Want, wat bleek? Het script was reeds geschreven, de kaarten reeds geschut. We zouden een spetterend musical-liedje ten gehore brengen, waarbij een zingend meisje geschaakt zou worden door het gehele voetbalteam. Inderdaad, lekker emancipatoire. Al helemaal omdat ons team uitsluitend uit jongens bestond en de meisjesrol dientengevolge ingevuld diende te worden door one of the guys. Er werd daarom nogal vertwijfeld gefluisterd toen de geblondeerde huisvrouw plots het woord overnam van haar smoezelige eega. Ze keek ons stuk voor stuk eng, lang en doordringend aan en deelde ons plechtig mede dat zij bereids een perfecte oplossing voor dit probleem had gevonden. 

Alle voetbaljongens volgden langzaam haar loensende blik en plots bemerkte ik dat iedereen me spottend aan stond te kijken. Hoewel ik niet direct begreep wat er gebeurde, stemde de rest van de groep zonder aarzeling in met het onuitgesproken voorstel dat  mevrouwtje-ik-heb-mijn-basisschool-nooit-afgemaakt hier deed: die homo verkleed zich wel. Ik grinnikte verlegen, boog mijn hoofd en knikte instemmend. Ik had het gevoel dat ik het recht niet had ze ongelijk te geven. Ik was tenslotte de enige doerak in het hele dorp dat thuis wel eens ‘moedertje’ speelde. Dus, zo geschiedde. Mijn trainer stak me in een blauwe dirndl, zijn vrouw versierde me met twee verlepte, blonde vlechtjes en toen was er geen weg meer terug. De Heidi in mij was reeds ontwaakt.  

Het werd een memorabele show, vol gejoel, gejuich en geschreeuw. Ik wist toen nog niet hoe gefascineerde walging er uit zag, dus, naïef als ik was, dacht ik een enthousiaste zaal voor me te hebben. Vandaag de dag lijkt het me overduidelijk dat het publiek schrok van de manier waarop ik, zonder schaamte, zó overtuigend een jodelend meisje neer wist te zetten. Maar wat verrekt het ook, ik heb intens genoten van alle aandacht en mijn glorieuze moment of fame. Sterker nog, het jaar daarop betrad ik het podium wederom in vrouwentenue en kroop ik in de huid van Madonna. Dit keer als stoutmoedige cowgirl.

Op tennis (5)

diarium van een dorpshomo

Hoewel ik mezelf lang voor de gek heb gehouden, vermoedde ik uiteraard al jaren dat er ìets was dat me aantrok in het mannelijke geslacht. Er waren kleine signalen, zoals mijn vreemde fascinatie voor de vriendjes van al mijn vrouwelijke oppassers (die ik er als kind blijkbaar nogal doorheen joeg). Of het feit dat ik altijd achter de jongens aanging tijdens een spelletje dat we collectief de pakkende titel ‘Groep 6 pakt groep 5’ meegaven. En laten we over mijn opvallende knuffel-gedrag met mijn vriendjes voor het gemak nog maar even zwijgen. ‘Helaas’ werden de signalen steeds sterker en was daar, pardoes, mijn eerste tennisleraar. Achteraf gezien was hij de spreekwoordelijke druppel.

Aangezien er in MK bar weinig viel te beleven, ging iedereen vroeg of laat op tennis. Ik was net negen toen ik de baan, samen met mijn buurjongetje, voor het eerst betrad. De geruchten over de knappe, charmante import-leraar waren ook mij ter oren gekomen en toen ik hem eindelijk in het vizier kreeg, begreep ik direct waar al die middelbare vrouwen het in de supermarkt over hadden. Zijn lach was verblindend, zijn fysiek was Romeins en zijn praatjes waren sympathiek, oprecht en liefdevol. Ik was om.

Ofschoon ik de backhand binnen twee lessen onder de knie had, bleef ik maar klunzen om zijn aandacht te trekken. Met succes. Zijn grote, stoere lichaam schaarde zich doelbewust achter de mijne en pakte mijn armen immer stevig vast. Met precisie en devotie begeleidde hij mij, als in een moderne dans, en samen schetsten we betoverende, wilde figuren in de lucht. En dat minstens vier keer per uur. De spanning en angst deden me telkens weer sidderen en zinderen, maar ik ging geen enkele mogelijkheid tot fysiek contact uit de weg. Iedere omhelzing gaf immers geboorte aan een behaaglijke, heerlijke sensatie, in lichaam èn geest. Dit gevoel van geborgenheid, dat hij mij onbewust en in overvloed schonk, blijkt in retrospectief ‘gewoon’ een vrucht van mijn ontluikende seksualiteit. Hoe speciaal ik me in zijn armen ook voelde, in feite was ik vooral een klein, geil kind.  

Ik rouwde hevig en in stilte toen hij op een dag, onaangekondigd, niet meer terugkeerde naar onze tennisbaan. Zijn vervanger, een vieze en harige Italiaan, intensiveerde dit verlies hevig, omdat de beste man zich enkel bekommerde om zijn vrouwelijke ‘studenten’. Hij had ze het liefst zwaarlijvig en timide, zodat hij ze kon traumatiseren met kreten als ‘vette ham!’ en ‘dik wijf!’. Mij zag hij dientengevolge amper staan, waardoor ik naar ieder lichamelijk en emotioneel contact kon fluiten. Enkele maanden later verliet ik de club, ik vond er geen zak meer aan. 

Verliefd op een meisje (4)

diarium van een dorpshomo

Op mijn dertiende werd ik voor de laatste keer ‘verliefd’ op een meisje. Dacht ik. Ik zat intussen reeds twee jaar op school in ‘s-Hertogenbosch en kwam in de buurtbus (capaciteit: 10 kinderen) een oud klasgenootje van me tegen. In groep 7 hadden we al een korte, stormachtige fling, maar toen zette ze me binnen een week aan de kant voor de grootst mogelijke rotzak uit MK (die later overigens regelmatig zijn eigen moeder bleek te slaan). Enfin, we raakten aan de praat en al snel besloot ik dat ze nog steeds het liefste en mooiste meisje was dat ik ooit had ontmoet. Ze moest en zou (weer) mijn vriendin worden. Althans, daar probeerde ik mezelf van te overtuigen.

Thuis aangekomen dook ik direct mijn archieven in, om alle foto’s van deze heerlijke femme fatale netjes en op chronologische volgorde naast elkaar uit te stallen. Urenlang keek ik naar haar. Ik fantaseerde over onze bruiloft, over onze beeldschone kinderen en over onze liefdevolle verstand-houding. De opwindende momenten, waarbij we elkaar ruw uitkleedden en hartstochtelijk zoenden, liet ik bewust achterwege. Geenszins omdat ik homo was, hield ik mezelf voor, maar omdat ik ‘gewoon’ nog niet klaar was voor dat hele seksgebeuren. Ik zat veel liever met mijn neus in de boeken.

Hoewel ik haar niet meer terug zag in de buurtbus, bleven de foto’s maanden op mijn nachtkastje liggen. Iedere avond, voor het slapen gaan, bestudeerde ik haar beeldschone gezicht. Ik bleef hopen dat ik eindelijk een keer over haar zou dromen en smoorverliefd wakker zou worden. Tevergeefs, want ik droomde enkel over grote, stoere jongens uit 6VWO, met vlassige baardjes en beginnend borsthaar. Dergelijke fantasieën over vies mannelijk zweet bleef ik echter hardhandig wegduwen. Als ik maar vaak genoeg naar die foto’s keek, zou ik vast wel hetero blijven/worden. Toch?

Helaas bleef enig resultaat immer uit. Steeds vaker begon ik me af te vragen of ik ooit nog zou wìllen vrijen met een meisje. Ik was dol op meisjes, begrijp me niet verkeerd, maar wat er precies verborgen zat onder al die schattige rokjes interesseerde me geen reet. Mijn eeuwigdurende verzet begon dientengevolge langzaam af te brokkelen. Als zelfs deze dorpse schone mijn hart niet sneller kon laten kloppen, moèst ik wel van de verkeerde kant zijn. Slechts een paar weken later werd ik, blijkbaar uit pure zelfwalging, voor het eerst depressief. In die periode kwam ik ook eindelijk de femme fatale weer tegen in de buurtbus. Ik glimlachte beschaamd en liep verlegen op haar af. Na de korte, intense knuffel die volgde, heb ik haar nooit meer teruggezien.

Op voetbal (3)

diarium van een dorpshomo

Aangezien ik vroeger veel met barbies speelde klinkt het misschien ongeloofwaardig, maar back in the days was ik best een stoer jongetje. In mijn straat was ik kampioen belletje lellen en ook op de tennisbaan stond ik mijn mannetje. Het beste, en in retrospectief meest verwarrende, komt echter nog: ik was dè topscorer van mijn voetbalteam. Goed, ik was misschien wat ouder dan de rest (ik zat in de E-groep omdat ik veel te slecht was voor het D-team), maar dan nog! Ik rende iedereen er gemakkelijk uit en mijn schoten vonden altijd het net. Bovendien maakte ik eindelijk vrienden met de ‘stoere’ jongens, op het veld en daarbuiten. Het feit dat ik op dat moment 10 was en zij 9 was daarom volkomen irrelevant. Ik hoorde erbij. Eindelijk.

Samen met mijn nieuwe vriendjes veroverde ik de straten. We gooiden modder tegen de ramen, we krijtten vieze kreten op de stoep en, bovenal, lieten we scheten. Heel veel scheten. De jongetjes maakten een gevoel in me los dat ik niet direct thuis kon brengen. In eerste instantie wilde ik ze vooral knuffelen, omdat ze me in hun groep toelieten. Ik merkte echter al snel dat er meer achter zat: ik wilde voor ze zorgen. Ik probeerde er niet te veel achter te zoeken, maar helaas begon de wroeging niet veel later. De emoties die mijn voetbalgabbers losmaakten, kwamen niet overeen met de jongensvriendschappen waar ik vroeger over las. Er was iets mis.

Vanaf dat moment ging het bergafwaarts. Ik begon steeds slechter te voetballen en ik kwam steeds verdrietiger thuis van trainingen. Hoewel ook mijn ouders er weinig van begrepen, besloten we gedrieën dat ik na het voetballen voortaan niet meer mee zou douchen. Op één of andere manier wakkerde dat namelijk een gevoel van onrust in me op. Niet omdat ik geilde op al die blote piemeltjes. Helemaal niet. Het was voor mij gewoonweg ongemakkelijk, eng zelfs, om op die manier samen te zijn met andere jongens.

Reeds 2 weken later werd ik uit de basis gehaald. En nog een week later waren ook de scheetwedstrijden verleden tijd. Mijn teamgenoten vonden het raar dat ik niet mee wilde douchen en ik kreeg steeds meer scheve blikken toegeworpen. Zelfs de leiding vond het onacceptabel dat ik niet mee douchte: niet douchen=niet voetballen. Dientengevolge verliet ik nog diezelfde maand het team. Terwijl ik op dat moment nog niet eens begreep dat ik simpelweg bang was om verliefd te worden. Sindsdien heb ik nooit meer gevoetbald. Sterker nog, sindsdien heb ik me nooit meer echt thuis gevoeld in mannelijke vriendengroepen. Afwijzingen zijn zeg maar echt niet mijn ding.

Op dansles (2)

diarium van een dorpshomo

Omringd door vijftien blonde, mentaal uitgedaagde boerendochters, bevond ik me in een stinkend sporthok voor een vieze, confronterende spiegel. De pasjes waren verdeeld, de muziek zwol aan en gespannen wachtte ik op het moment dat ik de vloer aan kon vegen met al die excuus-danseressen. Plots hoorde ik gesmiespel en gegrinnik achter me. Ik werd rood en liet mijn schouders beschaamd zakken. Want ik wist, nee VOELDE, waarom ze lachten: de oppertrut, Melissa, zat vast weer vuile roddels te verspreiden over mijn wel erg opvallende gelijkenissen met Geer. Want ja, die homo die nergens de kracht nie meer voorheeft, was ook op de Brabantse mestbelt ‘gewoon’ beroemd.

Het gepest van Melissa, en iedereen die zich haar ‘vriendin’ noemde, begon direct op het moment dat ik de dansschool voor het eerst betrad. Ik kende de meeste meiden slechts vaag en enkel van gezicht, aangezien hun roots in een naburig gat lagen. Dat leek hen echter geenszins te deren; ik maakte vanaf seconde één geen schijn van kans. Blijkbaar hadden ze ergens geleerd dat het pesten van dansende jongens volstrekt normaal was. Dit was op mijn eigen, dorpse school eveneens het geval, maar daar was het getreiter, gelukkig, wat onschuldiger.  

De blonde danseresjes bevestigden verdrongen angsten die ik al tijden met me meedroeg. Angsten die me er jarenlang van hadden weerhouden om ongegeneerd en vol overgave uit te komen voor mijn grote liefde: dansen. Want die passie zat er duidelijk al vroeg in. Reeds op mijn 7e stond ik uren voor de spiegel om choreografieën op hits van Britney en The A *Teens in te studeren. Als een ware popster daalde ik vervolgens in een flitsend tenue (incluis blonde pruik) te trap af, om mijn ouders en overige aanwezigen te verpletteren met mijn danstalent en vliegende zweetdruppels.

‘Professionele’ danslessen konden dientengevolge niet uitblijven. Tegen die tijd had mijn kinderlijke onschuld echter al flink wat deuken opgelopen door de onophoudelijke, achterlijke reacties op mijn ‘vrouwelijke’ interesses. Ik was daarom nauwelijks verbaasd toen het blonde offensief me meteen vol overgave uitkotste. Aangezien ik, uiteraard, verreweg de beste danser was, probeerde ik de hatelijke uitspraken van Melissa en cohorten in eerste instantie gewoon af te doen als jaloezie. Helaas had dat een averechts effect: plots was ik een arrogant mietje. Totaal verbouwereerd besloot ik daarom dat het niet langer meer zo kon, ik had er de kracht niet meer voor. Ik stopte resoluut met dansen, deponeerde mijn pruik in de Maas en trok een baggy broek aan. Niemand mocht ooit nog zien dat Melissa stiekem gelijk had. Niemand mocht ooit nog vermoeden dat ik was als Geer…   

De musical (1)

diarium van een dorpshomo

Daar stond ik. Een klein jongetje in een kakkineus beige kostuum, de haren strak naar achteren. Ik grijnsde zo breed dat mijn onderkaak kraakte en stralend overzag ik de grote, volle zaal. Ik had mijn droom verwezenlijkt: met een glansrijke pestkop-vertolking de eindmusical van groep 8 tot een succesvol einde brengen. Al zingend, al plagend, al schreeuwend was ik, in mijn eigen kleine fantasiewereld, uitgegroeid tot de onbetwiste ster van de show. Ik wierp een vluchtige blik over mijn linkerschouder en zag de andere kinderen bezweet en vermoeid vanachter de coulissen tevoorschijn komen. Alhoewel ik een van de kleinere leerlingen was, leek de rest plots ontzettend nietig. Ìk had de hoofdrol, ìk had de grootste dromen en mooiste toekomstbeelden, en, ik was verreweg de slimste. Bovendien zat enkel mijn haar altijd goed.

Langzaamaan vormde ons klasje een lange, slungelige lijn en op mijn teken bogen we allemaal diep voor ons overweldigde publiek. Simpele gezichten in de duisternis, oorverdovend applaus. Ik waande me intens veilig tussen mijn jarenlange gelegenheidsvrienden. Van Marloes, het arrogante meisje dat iedere dag naar urine stonk, tot Bulstronk, het stevige meisje dat op haar 2e al lesbisch was. Ik glunderde. Niet alleen omdat ik had gevlamd, maar voornamelijk omdat dit het einde was. Ik kon eindelijk dat k*tdorp en al haar achterlijke inwoners achter me laten. Want ook ìk had ondertussen door dat ik niet deugde, dat dit gat te klein was voor mijn persoonlijke problemen. Dansende jongens die met barbies spelen horen niet thuis tussen kakkende koeien en kakelende kippen. Ik zou liegen als ik zeg dat ik dit toen al begreep, maar het onbestemde ‘ik ben anders gevoel’ zat er al flink in geramd. Dorpelingen die me voor meisje uitmaakten, het toen nog betekenisloze woord ‘homo’, mijn onhandige omgang met jongens… Het waren zaken die ik niet zag en niet begreep, maar des te beter voelde. Ik waande me een buitenaards wezen, een stiekeme genie die door niemand op waarde werd geschat. En dat vrat aan me, zonder dat ik daar erg in had. Dus juichte en schreeuwde ik. Daar, op dat podium, tussen die simpele boerenkinkels.

En toch had ik nergens anders kind willen zijn. Het platteland heeft me gevormd tot de instabiele, melancholieke en alcoholverslaafde jongeman die ik nu ben. Echt, daarvoor niets dan lof. De Brabantse jungle viel me misschien zwaar, het heeft me wel doordrenkt met een gezonde overdosis aan eerlijkheid, authenticiteit en mededogen. Daarom wil ik alle inwoners van MK ha(r)telijk bedanken. Ze waren dom, hard en onwetend, maar ze gaven me uiteindelijk wèl iets om op neer te kijken.