Dromen zijn bedrog (10)

diarium van een dorpshomo

Het is warm onder de dekens. De kamer ruikt naar sigarettenrook, whisky en geil. De ijle stem van Thom Yorke beroert mijn oren en zingt me langzaam wakker. Loom open ik mijn ogen en word ik me bewust van een zware arm die over mijn buik en zij rust. Een stekelig drie-dagen-baardje kriebelt in mijn nek, een klamme hand aait me teder over mijn rug. Ik slik mijn vieze ochtend-kegel weg en draai me zachtjes om. Daar ligt hij. Mijn prins op het witte paard. Eindelijk.

Het adembenemende monster lacht me vriendelijk toe, waarna ik direct wegzink in zijn zwarte, smizende ogen. Met veel moeite krijg ik een schorre ‘hoi’ uit mijn strot geknepen. Eindeloos heb ik op dit moment gewacht; hopend, huilend, smachtend. Want ik wist direct dat hij de mijne zou worden, die eerste keer dat ik tegenover hem zat in de trein. Hoewel we die dag niets tegen elkaar zeiden, kreeg ik zijn perfecte gezicht maar niet uit mijn hoofd. Lange tijd kon ik slechts dromen over deze wulpse adonis, totdat ik hem plots ‘tegenkwam’ op een nichterige datingsite. Ik stuurde hem een prikkelend bericht en de rest geschiedde. Nu ligt hij naast mij, voor altijd de mijne.

Ik streel zijn woeste, krullende borsthaar en geef hem een gepassioneerde zoen. Ik wil het uitschreeuwen van blijdschap: niet meer alleen! Maar mijn tegenspeler geeft mij de kans niet, het is tijd voor wat ochtendactie. Friemelend en frunnikend verdwijnen we hitsig onder de dekens. Daar groeit onze liefde met iedere seconde, evenals enkele andere lichaamsdelen. Tegen elkaar, op elkaar, in elkaar. Zweet, zwoel, zaad. En ten langen leste begrijp ik het: dit is de leven.

Het is koud onder de dekens. De kamer ruikt naar sigarettenrook en whisky. Thom Yorke krijst in mijn oren en ik schrik wakker. Waar is ‘ie!? Ontzet draai ik me om; er ligt niemand. Wel ontdek ik mijn ronkende laptop. Ik klap hem open en voel een koude paniek opborrelen. De datingsite staat nog open en toont me een profiel dat sterk doet denken aan mijn sensuele droomprins. Ze zijn dus echt bedrog, die dromen. Het is ‘n nachtmerrie.

Ik scroll naar beneden en word misselijk. De gemiddelde leeftijd hier is 40+ en blijkbaar heeft ìedere homo een ontzettend grote lul. Daar plaatsen ze ook maar wat graag foto’s van. Het liefst inclusief een zichtbaar kwakje geil op hun behaarde buiken. De moed zakt me in de schoenen. Aanschouw ik hier een glimp van mijn onafwendbare toekomst? Geen romantiek, slechts anonieme seks met vieze opa’s?  Ik vrees met grote vrezen. Want echt, het lichaam wil soms ook wat.

Porseleinen narcist (9)

diarium van een dorpshomo

Ik was nog maar een heel klein jongetje toen ik besloot dat het mijn lotsbestemming was om later exorbitant rijk en beroemd te worden. Ik droomde van mediterrane villa’s, zwembaden vol chocoladevla, cruise-schepen met stripclubs aan boord, een levensecht paleis voor al mijn barbiepoppen en, niet geheel onbelangrijk, minstens 200 geile bediendes om het plaatje af te maken. Vooral van die bediendes kreeg ik fikse hartkloppingen.

Ik vergat echter te bedenken waar ik mijn roem precies mee wilde vergaren. En dat was onverstandig, want ik functioneer slecht zonder plan. Dit resulteerde in een grillige puberteit, waar ik me  dansend en huilend doorheen worstelde. Ik had het erg druk met mezelf en vertikte het om reeds te starten met het opbouwen van mijn toekomstige imperium. Da’s mooi kut, blijkt nu. Ik beschik slechts over een futiele diploma Cultuurwetenschappen en ben nog in verwachting van een minstens net zo zinloze master Jeugdliteratuur. Bepaald geen vetpot.
In mijn naïviteit ging ik er vanuit dat de rijkdom vanzelf wel zou komen. Ik ben beroemd geboren, dan kan er vrij weinig misgaan… toch? Nu mijn studententijd een stille dood sterft, begin ik echter te begrijpen dat ik misschien een inschattingsfout heb gemaakt: niemand (h)erkent mijn intellectuele en creatieve meesterschap. De wereld sluit haar ogen voor mijn genialiteit. Da’s mooi kut, want nu blijf ik eenzaam achter met een hardnekkig Narcissus-complex. Toegegeven, ik voel me graag bijzonder, maar liever nog voel ik me lekker. En daar heb ik dus geld voor nodig.

Aangezien ik nog veel te jong ben voor zelfreflectie, schuif ik de schuld van mijn mislukte en doelloze bestaan graag af op anderen: mijn verknipte en zwaar onrealistische zelfbeeld is ‘gewoon’ een generatie-dingetje. Sinds ik me kan heugen liet de maatschappij me geloven dat ik speciaal was en mocht kiezen wat ik zelf wilde. Lekker je eigen ding doen. Maar ineens ben je ‘volwassen‘ en weet je niet meer wat je met jezelf aan moet. Ik ben van porselein, ik kan helemaal niet werken.

Ik vrees dat ik nog wel even zoet ben met mijn narcistische psychose. Te elitair voor een baan, te cool voor mijn vrienden, te cynisch voor de liefde. Ik zal heus ooit opgroeien, hoop ik, maar in de tussentijd trek ik mijn eigen plan: ik trouw een rijke vent. Ik val toch al op oudere types, beter verover ik er een met een fortuin op de bank. Niet romantisch, wel pragmatisch. Dan kan ik me rustig beroemd en bijzonder blijven wanen, terwijl m’n fossiele man ijverig brood op planken legt. En dat klinkt heus eenzamer dan het is. Al die geile bediendes zijn er natuurlijk niet voor niets.

Kopkluiven (8)

diarium van een dorpshomo

De tijd is aangebroken om het verleden te laten rusten. Ik ben niet meer dat onzekere dorpsjongetje, al jaren niet meer. Huppelen is passé, evenals het droogneuken met klasgenootjes en dat euforische gevoel na mijn zoveelste doelpunt. Maar hoewel ik veranderd ben, draag ik mijn geboortedorp immer zwaarmoedig met me mee. Onbereikbare herinneringen, aan lang vervlogen tijden. Ik mis mijn onschuld, mijn schaamteloosheid. Soms voel ik me bejaard, omdat op 22-jarige leeftijd bijna al mijn gedachtes reeds van nostalgische aard zijn. Gelukkig is er één medicijn dat nimmer zijn uitwerking mist: Liefde&Lust&Drank. Want YOLO.

Aangezien ik nog nooit een serieuze relatie heb gehad, behoeft een dergelijke levensfilosofie enige onderbouwing. Er moge op dit moment geen onduidelijkheid meer bestaan over het feit dat ik het leven van een jonge flikker maar ingewikkeld vind. Doch ik de meeste trucjes intussen wel onder de knie heb, eet ik van ‘flirten‘ enkel vieze kaas. Niet uit onwil, maar uit onkunde. Want warmbloedig als ik ben, spot ik iedere dag heus genoeg mysterieuze, sensuele adonissen. Donkerharige monsters met nonchalante baardjes, speels borsthaar en twee welgevormde perzik-billen. Maar of ze poot zijn? Geen idee.

Geloof me, mensen zijn tergend ingewikkeld. Thuis, als ik eenzaam op kot zit, doorzie ik de gehele wereld. Zodra ik één stap buiten zet, ben ik het spoor echter direct bijster. Hoe herken ik de homo? Zelfs op tv doen ze dat beter. Dientengevolge verloor ik mijn hart reeds ontelbare keren aan onverzorgde hetero-wezens. En dat is ongerieflijk, want ik hou dus best wel van Liefde&Lust(&Drank). Gek genoeg maakt dit me alleen maar romantischer. Iedere afwijzing sterkt me in de overtuiging dat ik de juiste schandknaap ‘gewoon’ nog niet gevonden heb. Bovendien doet verliefdheid pijn, en pijn doet het verleden eventjes vergeten. Afwijzingen overigens ook. De dronken avonden waarop ik mijn liefde kenbaar maakte aan heteroseksuele plebejers zijn me daarom ernstig dierbaar. Want YOLO.

Toch knaagt een dergelijk bestaan wel degelijk. Het lichaam wil ook wat, snap je. En af en toe begrijp ik, arrogant als ik ben, gewoonweg niet waarom niemand mìj probeert te versieren. Zou ik er te wanhopig uitzien? Te promiscue misschien? Ik heb werkelijk waar geen idee, en sta dientengevolge iedere nacht weer alleen op dat podium. Fantaserend over stomende seks met die ene hitsige jongen op de dansvloer. Beide poken in de hoogste versnelling. Of gewoon lekker kopkluiven in een vies wc-hokje, ook prima. Sterker nog, een goede knuffel zou al genoeg zijn. Alles om even niet meer alleen te zijn. Alles om dat allesbepalende dorp, al is het maar voor 5 minuten, te kunnen omitteren. Want YOLO.

Baby love (16)

dito

Pesten is hot. Niet om te doen, uiteraard, maar om over te praten. Hoewel het al jaren een zaak is waar men serieus over discussieert, lijkt de aandacht ervoor de laatste tijd alsmaar te groeien. Aangezien ik zelf een homoseksuele adolescent ben, is ook voor mij dit thema verre van vreemd. Ik weet hoe het voelt om uitgescholden te worden en ik krijg nog dagelijks vieze, neerbuigende blikken toegeworpen op straat. Ik ben daarom de laatste om een negatieve mening te vormen over de vele programma’s en acties die men weidt aan pesten. De schokkende verhalen over tieners die de dood boven het zware leven op de middelbare school verkiezen, spreken wat dat betreft boekdelen. Desalniettemin krijg ik steeds vaker het idee dat onze samenleving één groep volkomen links laat liggen: pedofielen.

‘Pesten mag niet’, wordt ons verteld. Maar als men spreekt over volwassenen die speciale gevoelens ontwikkelen voor minderjarigen, lijkt plots alles geoorloofd. Begrijp me niet verkeerd, ook ik vind het moeilijk om een dergelijke seksuele voorkeur goed te begrijpen. Dat betekent echter geenszins dat men iedere pedofiel als een afschuwelijke paria buitenspel dient te zetten. Kijkend naar de geschiedenis van homoseksualiteit is dit zelfs redelijk verwerpelijk. Want zelfs in Nederland is het heus nog niet zo lang geleden dat homo’s, lesbiennes en transgenders structureel met de nek werden aangekeken. Tot 1990 werd homoseksualiteit wereldwijd als geestesziekte beschouwd en het homohuwelijk is pas in elf landen officieel van kracht. En vergeet niet dat in veel landen homoseksueel gedrag nog immer strafbaar is, regelmatig met gruwelijke heksenjachten en de dood als gevolg.

Is het dan niet vreemd dat men zo respectloos met pedofielen omgaat? Enerzijds begrijp ik de angst en het ongemak van veel mensen volkomen. Anderzijds vind ik het onacceptabel dat pedofielen doorgaans als monsters worden weggezet. Men lijkt soms te vergeten dat het eveneens ‘gewoon’ mensen zijn. Mensen met specifieke gevoelens, die in een land als de onze blijkbaar naar iedere vorm van tolerantie en/of acceptatie kunnen fluiten. Wat een pijn moet dat doen.

Als klein jongetje leerde ik al snel mijn eigen (homoseksuele) gevoelens te negeren, omdat ik bang was dat ze niet geaccepteerd zouden worden. Voor mij bleek die angst, gelukkig, grotendeels ongegrond. Zo niet voor een pedofiel. De ontdekking dat je je aangetrokken voelt tot kinderen moet dientengevolge verschrikkelijk en hartverscheurend zijn. Een letterlijke doodstraf is het misschien niet, maar een sociale dood ligt met deze gevoelens wel degelijk in het verschiet. Niet zo vreemd, als je ziet dat pedofilie nog steeds officieel te boek staat als ziekte. En dat terwijl het in feite ook ‘slechts’ een geaardheid is. Misschien is het tijd om daar met zijn allen eens wat meer rekening mee te gaan houden.

Dit stuk dient niet opgevat te worden als een pleidooi vóór of tegen pedofilie, aangezien er, net als bij homoseksualiteit, geen sprake van enige keuze is. Wat betreft geaardheid bestaan er geen voors en tegens. Dat neemt niet weg dat ook ik geen verdere uitspraken durf te doen over daadwerkelijke pedoseksuele handelingen. Ik vind het naar om na te denken over seks tussen kinderen en volwassenen. Maar tegelijkertijd: wie ben ik om de gevoelens van iemand anders te verbieden? Ik wil toch ook gewoon verliefd kunnen worden op iemand van hetzelfde geslacht, zonder dat al mijn ruiten worden ingegooid? Wat ik eigenlijk wil zeggen: laten we met zijn allen gewoon wat liever en respectvoller met elkaar omgaan. Hoewel er altijd mensen zullen zijn die je niet of minder goed begrijpt, verdient iedereen het om in zijn of haar waarde gelaten te worden. Toch?

xoxo, Sandro

Live to tell (15)

dito

Na zes dagen trekt mijn koorts eindelijk weg, evenals de wolkenmassa boven Nijmegen. Een waterig zonnetje breekt door, en dat betekent dat mijn zoektocht naar zelfkennis en zelfacceptatie direct hervat kan worden. De middag voordat ik werd overvallen door heftige zweetaanvallen en ijlende dagdromen, had ik namelijk een kostbare, doch pijnlijke revelatie: ik ben niet gelukkig. Nee, nu zeg ik het te cru, want de afgelopen jaren kenden heus blije en memorabele momenten. Maar ik ben nog lang niet waar ik zijn wilde of waar ik mezelf in mijn dromen reeds jaren zag. En daar baal ik van.

Drie jaar geleden ging alles fout. Fouter dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik werd volgegooid met antidepressiva en antipsychotica, ik sprak minstens twee keer in de week met mijn psychiater en ik verleerde ieder vermogen om te lachen. Niet alleen een bittere pil voor mezelf, maar minstens zozeer voor mijn naaste omgeving. Het idee dat mensen zich zorgen om mij moesten maken, beroofde me binnen enkele weken van ieder gevoel van zelfrespect en eigenwaarde. Na een halfjaar gooide ik het roer daarom drastisch om. Het moest afgelopen zijn met al die ellende. ‘Ik red me wel’, zei ik tegen mezelf, ‘niemand hoeft zich nog om mij te bekommeren’. Ik lachte de voorgaande maanden weg en verklaarde mezelf gezond. Een naïeve en levensgevaarlijke keuze, blijkt nu. Want, het ging wel beter, maar beter was ik nog lang niet.

Toen begon de hel pas echt. De angsten in mijn hoofd begonnen net goed vorm te krijgen, maar ik had de mogelijkheden om ze uit te spreken reeds verspeeld. Ik durfde geen hulp meer te vragen, omdat ik mijn ‘het gaat prima, echt veel beter dan eerst!’-verhaal koste wat kost in stand wilde houden. Ik was ontzettend teleurgesteld in mezelf, in mijn eigen kunnen, en was te trots om dit toe te geven aan de buitenwereld. Daarom stortte ik me van de ene verslaving in de andere. Ik begon met alcohol, tot op de dag van vandaag mijn grootste zwakte. Mijn studie raakte al snel (verder) in het slop, maar ik beleefde fantastische, dronken avonden met alle lieve mensen om me heen. Toen dat begon te vervelen, kwamen de pillen in beeld. Hoewel ook deze experimenten me menig memorabele nachten opleverde, vond ik de high weinig bijzonder. Sterker nog: in 9 van de 10 gevallen voelde ik het effect amper. Ik was echter nog steeds op de vlucht, dus ik had een nieuw middel nodig. ‘Gelukkig’ ontdekte ik toen de coffeeshop.

Mijn eerste joint was het startschot van een halfjaar waar ik nauwelijks iets meer van weet. Het blowen was mijn enige bezigheid, de rest van de wereld deed er niet meer toe. En dat was eng, heel eng. Ik vergat afspraken, kon de telefoon niet meer opnemen, kon mijn lichaam motorisch niet meer vertrouwen en had de hele dag door walgelijke vreetaanvallen. Maar de paniekaanvallen waren het ergste. En die probeerde ik nu juist te vergeten, aangezien deze me het jaar daarvoor totaal de afgrond in hadden geworpen. Oh, de gruwelijke ironie. Ik veranderde langzaam in een angstige zombie, die zijn emoties met niemand durfde te delen. Daardoor waren er dagen dat ik opstond met twee jointjes, en dineerde met een flinke fles wijn, om vervolgens tot 6 uur ‘s ochtends door te gaan op de pillen. Eigenlijk een wonder dat ik nog leef.

Enfin, ook dit is intussen alweer meer dan een jaar geleden. En ik besef nù pas dat ik met al dat vuur speelde, omdat ik mezelf zo onmogelijk klem had geluld. Iedereen geloofde dat het wel goed met me ging en ik wilde dat beeld zo lang mogelijk in stand houden. Ik kon de schaamte en de teleurstelling niet aan. Bovendien: ik wilde zó graag gelukkig zijn, dat mijn geluk bij elkaar liegen op dat moment de beste optie leek. Daar kom ik bij deze op terug. Ik wil weer eerlijk kunnen zijn over mijn angsten en mijn gevoelens. Déjà vu’s en toevalligheden zijn nog steeds mijn grootste nachtmerrie. Ik durf nog steeds niet naar The Matrix te kijken. Alleen zijn geeft me nog steeds de kriebels. En ik rook nog steeds omdat het slecht voor me is. Maar ik ben ook heel blij en gelukkig met de vrienden die ik door de jaren om me heen heb verzameld en de grote persoonlijke groei die ik wel degelijk heb doorgemaakt. Geluk en verdriet, het zijn twee emoties die immer hand in hand gaan. En vanaf vandaag zal ik ze àllebei met trots dragen.

xoxo, Sandro

I’m so me (14)

dito

Ik ben al sinds ik me kan heugen ontzettend ‘op zoek’ naar mezelf. En dan heb ik het heus niet alleen over mijn seksualiteit; ik wil me op alle mogelijke en denkbare manieren ontplooien. In eerste instantie resulteerde dit, vanaf mijn dertiende, enkel in wekelijkse bezoekjes aan mijn bejaarde psychiater. Aangezien hij me niet veel verder wist te helpen, heb ik me vanaf mijn vijftiende echter ook gestort op alle zweverige, pretentieuze zelfhulpboeken die ik in handen kreeg. Daarbij gold: hoe afgrijselijker die titel, hoe beter. Want hoe bedenk je verlepte leuzen als “Leven in je leven”, ‘Je eigen gevoel de baas” en “Dat moet mij weer gebeuren”!? Hoewel ik die boeken verslond, leek ik maar niet dichter bij mezelf te komen. Gelukkig veranderde dat allemaal toen ik me een paar jaar geleden begon te verdiepen in de wondere wereld der enneagram.

Voordat ik straks verzand in al te esoterische overpeinzingen, wil ik jullie op het hart drukken dat ik bepaald niet spiritueel ben aangelegd. Wel ben ik erg geïnteresseerd in de verschillende manieren waarop de ene mens de andere mens tracht te bekijken en te ervaren. Okay, dat klinkt toch best spiritueel. Enfin, bij het enneagram draait alles om diverse ‘types’. De details zal ik jullie besparen, maar er zijn blijkbaar negen soorten mensen, die allen op hun eigen manier in het leven staan. Na enkele sessies bleek ik een echte 4 te zijn, wat zoiets betekent als: ik ben individualistisch, romantisch, melancholisch, esthetisch, expressief en bohémien. Ik weet het, dat klinkt ontiegelijke pretentieus, maar ik kan niet ontkennen dat ik de wereld regelmatig op een dergelijke manier ervaar.

Hoewel ik in eerste instantie best blij was met deze typering, ontdekte ik al snel de keerzijde ervan. Zo’n ‘nummer 4’ voelt zich namelijk “vaak onbegrepen en eenzaam omdat hij voelt dat hij anders is dan alle anderen”. Zelfs nu ik weet dat een significant gedeelte van de mensheid flink wat eigenschappen met mij deelt, voel ik me vaak alleen en ‘speciaal’. En dat is een valkuil waar ik flink van walg. Vooral tijdens het uitgaan breekt dit me geregeld op. Rondkijkend in de kroeg kan ik gruwelen van de banaliteit des levens. ‘Wat doen al die dronken boeren, kotsende sletjes en contactgestoorde nerds in hemelsnaam in mìjn wereld?’, denk ik dan. Om vervolgens met afschuw te schrikken van mijn eigen elitaire, arrogante blik op de mensdom. Want, zo speciaal ben ik helemaal niet.

Deze spagaat weerhoudt me er al jaren van te vinden waar ik ècht naar op zoek ben: emotionele binding en gevoelens van verwantschap. Dat ik daar niet in lijk te slagen is natuurlijk best kut. Het feit dat dit betekent dat ik relaties die ik reeds heb niet op waarde weet te schatten, is echter nog veel kwalijker. In feite wil ik wat ik niet kan krijgen en veracht wat ik al jaren heb. Ik kan je vertellen dat dit heel wat onnodige schuldgevoelens oplevert jegens mijn vrienden en familie. En hoewel ik de afgelopen jaren talloze cursussen tegen deze emoties aangooide, heb ik dè oplossing nog steeds niet gevonden. Je vraagt je dan ook af welke klootviool zich in hemelsnaam zó bijzonder voelt, dat hij niemand anders weet toe te laten in zijn eigen, speciale wereldje.

Bij deze wil ik daarom mijn excuses aanbieden aan iedereen die ik ooit het gevoel heb gegeven dat hij of zij misschien te ‘min’ voor mij is (of was). Ik wil een dergelijke houding totaal niet uitstralen, maar draag deze arrogantie nu eenmaal vaak met me mee.  Op mijn manier houd ik heel erg veel van jullie, vergeet dat vooral nooit. En hopelijk vind ik snel een boek dat me kan leren emotionele binding daadwerkelijk te voelen, zodat ik eindelijk afscheid kan nemen van al mijn melancholische en depressieve periodes. Maar ja, aangezien ik zo bijzonder ben, wordt dat waarschijnlijk nog knap lastig.

xoxo, Sandro

Start wearing purple (13)

dito

Afgelopen week deed ik verschillende scholen aan om Paarse Vrijdag op beeld vast te leggen. Alvorens daar verder op in te gaan, moet ik eerst bekennen dat ik me eerder nooit zo heb bezig gehouden met deze speciale dag tegen homofobie. Niet alleen omdat ik paars een ontzettend lelijke kleur vind, maar ook omdat ik in het dagelijks leven zelden last heb van homohaat (lees: ik ben er zo aan gewend, dat het me nauwelijks meer deert). Na een dag met verschillende GSA’s (Gay Straight Alliances) te hebben meegelopen, voel ik me echter genoodzaakt mijn enigszins cynische mening bij te schaven.

Want wat was het enerverend en mooi om te zien. Toegegeven, het evenement leefde niet op iedere locatie even sterk, maar de algemene sfeer was er een van plezier, engagement en acceptatie. Wat me vooral positief verraste was de grote inzet die heteroseksuele leerlingen (en docenten) lieten zien. Ik was de afgelopen jaren veel te druk met mijn eigen sores om me in te zetten voor de rechten en gevoelens van mijn hetero-seksuele medemens, dus het was fijn om te merken dat dit andersom wèl gebeurde. Zich volledig bewust van het gevaar om veroordeeld en zelfs gepest te worden, zetten deze jonge kinderen zich belangeloos en vol enthousiasme in voor algehele acceptatie. Daar smelt je hart toch van!?

Weinig verrassend dacht ik vrijdag meerdere malen terug aan mijn eigen avonturen op de middelbare school. Hoewel ik er, op aanraden van mijn psycholoog, in slaagde nog nèt voor de examens uit de kast te komen, voelde ik me daar geen moment prettig bij. Ik had enkele vriendinnen die me door dik en dun steunden, dat is waar. Verder was de sfeer op mijn school echter redelijk bekrompen, afstandelijk en soms zelfs agressief. Ik deed er daarom al jarenlang alles aan om nìet op te vallen, maar slaagde daar slechts ten dele in. Mijn kapsels waren te wild (en te blond), mijn kledingstijl te kleurig en mijn lach veel te verwijfd. Vond ik. Vond de rest. Ik werd daarom vanaf de derde regelmatig uitgemaakt voor ‘homo’, ‘nicht’ en ‘vieze flikker’. Meestal door brugklassers, nota bene.

Als je besluit uit de kast te komen, zijn veel mensen er van overtuigd dat je reeds hebt geleerd met dergelijke opmerkingen om te gaan. Laat ik je bij deze uit die naïeve droom helpen: dat is nìet zo. Vanaf mijn 17e begon ik mijn geheim misschien vrolijk te delen met mensen, maar diep van binnen voelde ik vooral zelfhaat, schaamte en angst. Daardoor duurde het nog jaren voordat ik eerlijk tegenover mijn ouders kon en durfde te zijn. Ik sta er daarom van versteld dat er nog steeds mensen zijn die het lef hebben een coming out te pushen of, erger nog, af te dwingen. Er is maar één iemand die weet wanneer het tijd is om eerlijk te zijn over je seksualiteit, en dat ben jij zelf. Je beweegredenen zijn de jouwe, daar heeft verder niemand iets mee te maken.

Dat is één van de redenen dat ik de Paarse Vrijdag zo’n heerlijk initiatief vind. De nadruk ligt namelijk niet zozeer op homoseksualiteit zelf, maar eerder op het ontwikkelen van een omgeving waarin ìedereen zichzelf kan en durft te zijn. Emo’s, skaters en hipsters zijn daarbij minstens net zo belangrijk als homo’s, lesbiennes en transgenders. Als een school een dergelijk klimaat weet te creëren, krijgt iedereen een eerlijke(re) kans om zijn of haar eigen identiteit, stukje bij beetje, kenbaar te maken aan de rest van de wereld. Paarse Vrijdag kan daarmee indirect bijdragen aan het vergemakkelijken en verfijnen van vele coming out’s. Natuurlijk is hiervoor reeds de Nationale Coming-Outdag in het leven geroepen. En alhoewel ik me heel goed voor kan stellen dat sommige mensen zich gesteund voelen door deze actie, krijg ik het er zelf maar benauwd van. Het doet me denken aan de vele interventies die mijn psycholoog en mijn vriendinnen vroeger op touw zetten, om die coming out bij mijn ouders toch eindelijk eens van de grond te krijgen. Hartstikke leuk hoor, maar bemoei je lekker met je eigen zaken. Mijn seksualiteit is de mijne. En dat heeft Paarse Vrijdag, wat mij betreft, uitstekend begrepen!

xoxo, Sandro

Last Christmas (12)

dito

December is aangebroken. De koude dagen worden korter, de donkere nachten worden langer. En dat kan in Nederland maar één ding beteken: het is weer tijd voor Sinterklaas. Ik kan me nog goed herinneren dat ik om deze reden als klein kind maanden uitkeek naar de 5e van december. Ik maakte ellenlange verlanglijstjes, ik schreef tientallen gedichtjes voor in de schoen en ik tuurde ‘s avonds uren door het dakraam om maar een glimp op te vangen van de goedheilig man. Nu denk ik alleen maar: wat kan een mens toch veranderen. Want van dat kleine, naïeve en schattige jongetje is bar weinig over gebleven.

Getergd loop ik door de stad. Het is veel te druk voor een winterse donderdagmiddag, maar men moet uiteraard de laatste Sint-inkopen nog doen. Ouders met tassen vol prullaria struinen moe en verwilderd door de straten, op zoek naar de laatste cd van K3 en de nieuwste tablet. Ze kibbelen er op los en de veronderstelde feestvreugde, die de decembermaand toch met zich mee hoort te brengen, is onvindbaar. Ik zie vooral stress, stress, stress. De alarmbellen in mijn hoofd beginnen te rinkelen, dus ik beuk wat mensen opzij en keer huiswaarts. Als ik ergens gestrest van raak, is het wel van andermans stress. En drukte. December is daardoor het summum van overprikkeling. Dat klinkt ontzettend bejaard, ik weet het, maar voor mij is het een waarheid als een koe. In december zit ik het liefst binnen, onder een dekentje of in een warm bad, met zo min mogelijk mensen om me heen. Aangezien dit met Sinterklaas not done is, ben ik Jesus Christ Superstar eeuwig dankbaar dat hij ooit werd geboren. Want met Kerst kan ik vol overgave toegeven aan al mijn asociale behoeftes. Ik trek me terug met kilo’s chocola, een paar goede flessen rode wijn en een dik, ontroerend boek. De telefoon gaat resoluut uit, niemand mag me storen. Het klinkt wat sneu, je zou het misschien zelfs een winterdip kunnen noemen, maar ik geniet er intens van.

Echter, mijn kluizenaarsbestaan houdt slechts kort stand. Wanneer het eten op is en al mijn goede voornemens reeds zijn gesneuveld (die tot mij kwamen op Kerstavond, in de kerk notabene), is het hoog tijd voor goede vrienden en sterke drank. De muziek staat op maximaal, de mondjes gaan open, de wodka vloeit rijkelijk en het jaar wordt eens flink nabesproken. Enige zelfkritiek is daarbij een vereiste: waar heb ik gefaald, welke scharrels had ik beter over kunnen slaan en wanneer had ik de fles misschien beter kunnen laten staan? De kans is groot dat er tijdens dergelijke relazen meerde pakjes peuken achterover gedrukt worden. Maar dat deert niemand; stoppen doen we volgend jaar wel weer.

Uiteraard staat een dergelijk avondje de volgende ochtend garant voor een fikse kater. Ook dat hindert niet. Sterker nog, deze kater is noodzakelijk om het jaar respectvol en in stijl af te sluiten. Nog één dag kun je vol overgave kniezen, janken en zwelgen in zelfmedelijden. En dan is het al weer tijd voor Oud en Nieuw, wellicht het meest weerzinwekkende en pretentieuze ‘feest’ ter wereld. Maar dat is een ander verhaal, voor een ander keertje. Voor nu is het genoeg om te concluderen dat ik Sinterklaas een kinderachtig, stressvol rotfeest vind, terwijl de donkere Kerstdagen mij immer vervullen met weemoedige blijdschap. Ik ben echter de slechtste niet, dus iedereen die vanavond zo nodig zijn of haar jeugd nog eventjes wilt herleven: geniet ervan! Ik blijf lekker thuis.

xoxo, Sandro

Postcards from Amsterdam (11)

dito

Hebben jullie ook wel eens het gevoel dat je ‘vast’ zit? Sinds enkele maanden merk ik dat er iets ‘mist’ in mijn leven, terwijl alles toch eigenlijk keurig zijn gangetje gaat. Ik heb fijne, betrouwbare vrienden, een opleiding waar ik eindelijk met plezier naar toe ga, een liefdevolle familie, een gezellig studentenhuis om in te wonen, stapmaatjes om wild mee te dansen / dronken mee te worden, een schattig konijn, mijn liefde voor schrijven, mijn liefde voor muziek… Al met al een mooi, rijkelijk gevuld bestaan. En tòch wringt er iets. Hoewel ik geenszins ongelukkig ben, heb ik het gevoel dat de wereld me nog veel meer te bieden heeft. Maar wat?

Enige tijd dacht ik dat het misschien ‘gewoon’ op zoek was naar liefde. En laten we wel wezen, een leuke partner is natuurlijk nooit weg. Tegelijkertijd vrees ik dat ik veel te onrustig ben om me reeds te conformeren aan iemand anders. Ik wil zelfstandig op ontdekkingsreis, alleen leren zijn, uit de band springen, onverstandige dingen doen, léven. Mijn oorspronkelijke plan was daarom om voor onbepaalde tijd in Italië te gaan wonen. Zonder doel en verdere secundaire beweegredenen. Gewoon, omdat het kàn. Bergen beklimmen, druiven plukken, Italiaanse jongens veroveren en vrienden voor het leven maken. Dat soort dingen.
Zo naïef ben ik echter allang niet meer. Waarschijnlijk zou ik na twee weken geen druiven (laat staan wijn) meer kunnen zien en uit pure eenzaamheid ellendig en seksloos wegrotten. Ik geloof dat ik mijn idealistische, romantische wereldbeeld even moet laten varen, om het avontuur een stukje dichter bij huis te zoeken. Misschien is weg gaan uit Nijmegen al afdoende om mijn rusteloosheid enigszins te temperen. Ik droom daarom steeds vaker over een leven in Amsterdam, ofschoon ik nooit echt fan ben geweest van onze hoofdstad. Nijmegen heeft haar grenzen echter bereikt en begint me langzaam aan te verstikken en te vervelen. Ik voel me wel erg vaak ‘too cool for school’ (wat een weerzinwekkende uitspraak is dat toch) en de behoefte aan nieuwe mensen, nieuwe locaties en nieuwe ervaringen blijft groeien.

Nu weet ik dat Amsterdam alles behalve het paradijs op aarde is, maar het onbekende lonkt. Ik wil spanning en sensatie, uitzinnige feesten, slapeloze nachten. De Nijmeegse koek is op, het is (bijna) tijd voor iets nieuws. Toch vrees ik dat ik de beslissende stap pas over jaren ga maken. En heus niet alleen omdat ik een ongelooflijke schijter ben die autistisch reageert op verandering. Ik denk namelijk dat ook Amsterdam me snel zal gaan vervelen. Bovendien irriteer ik me nù al mateloos aan alle hipsters die er rond paraderen (waarschijnlijk omdat ik er zelf één ben…), de hordes toeristen die het straatbeeld vervuilen en de arrogantie waarmee Amsterdammers over ‘hun’ stad praten. Walgelijk. Maar, wat nu? Alle tips zijn van harte welkom, want ik weet het zelf ook eventjes niet meer. Intussen sluit ik mijn ogen en fantaseer dromerig verder over Italië: hand-in-hand met de liefde van mijn leven huppel ik bergop, bergaf, bergop, bergaf. We nemen plaats in een afgelegen herberg en verdrinken daar in elkaars ogen. Onderwijl streelt en verwarmt de rode wijn mijn slokdarm en penetreert de heerlijke geur van verse pizza mijn neusgaten. This is the good life. 

 xoxo, Sandro

In the closet (10)

dito

Ik durf te veronderstellen dat iedereen welbekend is met het fenomeen ‘uit de kast komen’. Je weet wel, dat zenuwslopende moment waarop je voor het eerst iemand echt in vertrouwen durft te nemen en, vaak met veel moeite, eindelijk uitkraamt dat je H-O-M-O bent. Zelf deed ik dit voor het eerst toen ik 16 was, om het hele proces in de maanden daarna nog talloze malen te herhalen. Lange tijd keek ik vrij angstig en terughoudend terug op deze periode, maar recentelijk voert weemoed steeds vaker de boventoon. Ja, ik weet dat het raar klinkt, maar soms mis ik die heftige, donkere en onzekere dagen.

Wanneer deze omschakeling plaats heeft gevonden is ook mij niet duidelijk. Ik gok dat het verstrijken van de tijd gewoonweg afdoende afstand heeft gecreëerd om een nieuw, fris licht te werpen op mijn initiatieperiode als jonge homoseksueel. Want wat was het spannend, romantisch bijna, om uit de kast te komen. Vóór mijn eerste coming out was ik schuchter, depressief en immer gehuld in te grote kleren, om er vooral niet tè stijlvol uit te zien. Dat veranderde toen ik mijn grootste geheim begon te delen. De vriendschappen die daaruit voortkwamen waren heftiger, intenser en mooier dan alles wat ik daarvoor ooit op t.v. had gezien. Die eerste, open gesprekken over mijn seksualiteit, die geheimzinnige blikken die ik enkel met een handjevol vriendinnen kon delen, het eerste bezoek aan een gay-kroeg… Mijn hemel, wat was ik bang. Maar ik voelde me ontzettend gesteund en ik was trots op de vrienden die ik had gevonden.

Nee, dat zeg ik verkeerd. Die vrienden had ik al lang. Ik had ze echter nog nooit de kans gegeven om er ècht voor me te zijn. Door inwendige strubbelingen werd ik gedwongen eindelijk eerlijk over mezelf te zijn, waardoor vriendschappen dieper en dierbaarder werden. Ik heb nog nooit zoveel geknuffeld, gehuild en gepraat als in die eerste, onzekere maanden. Mijn hart lag op mijn tong en ik ervoer hoe het was om niet constant op mijn tenen te hoeven lopen. Om niet constant mijn homo-uitstraling te hoeven onderdrukken. En dat mis ik. Ik mis het ontzettend. Die eerste gewaarwordingen van zelfrespect. Die eerste gewaarwordingen van vriendschappen die voor altijd zijn. Die eerste gewaarwordingen van liefde en geluk.

Want op den duur vervaagt dat gevoel. Het wordt steeds ‘normaler‘ dat je homoseksueel bent en je hoeft het er niet meer constant over te hebben. Daar is uiteraard niets mis mee. Ik bèn homoseksueel en daar hoef ik echt niet constant over te praten. Ik mis echter dat pure gevoel van vroeger (hoor mij, net 22), waarbij ik me intens verbonden voelde met de eerste vriendinnen die mijn geheim kenden. Het was ‘wij’ tegen de rest. Dergelijke emoties ken ik al jaren niet meer. Vrienden heb ik genoeg, maar de speciale band die ik toen met sommige mensen had, is nooit meer volledig teruggekeerd. Daarom bij deze een diepe buiging voor hen die er gedurende deze moeizame tijden onvoorwaardelijk voor me waren. Ik zal jullie steun nooit vergeten. En nu ga ik naarstig op zoek naar een partner, want ik moet deze verloren gevoelens toch bij iemand kwijt…!

xoxo, Sandro